De Europese Unie versnelt de aanleg van zijn eigen satellietnetwerk IRIS². De eerste satellieten moeten al in 2029 worden gelanceerd en de uiteindelijke constellatie groeit naar 348 satellieten. Europa wil daarmee vooral minder afhankelijk worden van buitenlandse satellietnetwerken en tijdens crises beschikken over veilige communicatie.
Strategische infrastructuur
IRIS² is voor Europa veel meer dan een netwerk voor satellietinternet. De EU wil met het systeem een eigen, veilige communicatielaag opbouwen die ook beschikbaar blijft wanneer mobiele netwerken, glasvezelverbindingen of andere infrastructuur uitvalt. Dat is vooral belangrijk voor overheden, defensie en hulpdiensten.
Bij natuurrampen, grote storingen of andere crisissituaties kunnen satellietverbindingen ervoor zorgen dat hulpdiensten en overheden contact met elkaar houden. Ook geopolitieke spanningen maken betrouwbare communicatie steeds belangrijker. Europa wil daarom niet volledig afhankelijk zijn van infrastructuur en bedrijven uit landen buiten de EU.
Met IRIS² moet Europa zijn strategische en digitale autonomie versterken. Het netwerk moet een belangrijke rol spelen bij veilige overheidscommunicatie en crisisbeheersing.
348 satellieten
Het oorspronkelijke plan wordt flink uitgebreid. De uiteindelijke constellatie moet bestaan uit 348 satellieten: 330 in een lage baan om de aarde (LEO) en 18 in een middelhoge baan (MEO).
Aan het eerdere plan worden 66 satellieten toegevoegd. Volgens de Europese Commissie neemt de capaciteit voor beveiligde overheidscommunicatie hierdoor met 60 procent toe binnen de EU en met 54 procent wereldwijd.
Door satellieten in verschillende banen te gebruiken, ontstaat een hybride netwerk met verschillende mogelijkheden voor communicatie en dekking.
Eerste lanceringen in 2029
De planning wordt bovendien versneld. De eerste satellieten moeten in 2029 worden gelanceerd. Daarna wordt het netwerk stapsgewijs uitgebreid en komen geleidelijk operationele communicatiediensten beschikbaar.
De komende jaren moeten de satellieten worden gebouwd en getest. Ook zijn grondstations en andere infrastructuur nodig en moeten voldoende lanceermogelijkheden worden geregeld.
Bij het project werken de Europese Commissie, de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, het EU-agentschap voor het ruimtevaartprogramma en het SpaceRISE-consortium samen.
Vooral overheid en defensie
IRIS² is niet in de eerste plaats bedoeld als Europees alternatief voor consumenten die thuis internet willen via een satellietschotel. De belangrijkste gebruikers worden Europese instellingen, overheden, defensie- en veiligheidsorganisaties en hulpdiensten.
Een satellietverbinding kan bijvoorbeeld van belang zijn na een grote overstroming waarbij mobiele masten en vaste verbindingen uitvallen. Ook in afgelegen gebieden kan satellietcommunicatie een aanvulling vormen op bestaande netwerken.
Daarmee heeft IRIS² ook een veiligheidsfunctie. Een communicatienetwerk dat niet volledig afhankelijk is van infrastructuur op de grond, kan blijven functioneren wanneer die infrastructuur beschadigd raakt of wordt verstoord.
Europese tegenhanger van Starlink?
IRIS² wordt geregeld omschreven als een Europese tegenhanger van Starlink, maar de doelstellingen verschillen. Starlink is een commerciële breedbanddienst van SpaceX en richt zich sterk op consumenten en bedrijven. IRIS² heeft in eerste instantie een strategische en publieke functie.
Het netwerk kan op termijn wel commerciële toepassingen krijgen. Of consumenten er rechtstreeks gebruik van kunnen maken en onder welke voorwaarden, is nog niet duidelijk.
Publiek-private samenwerking
Europa bouwt IRIS² niet volledig zelf. De ontwikkeling gebeurt samen met het SpaceRISE-consortium, waarin onder meer SES, Eutelsat en Hispasat samenwerken. Ook bedrijven als Airbus Defence and Space, Thales Alenia Space, OHB en Aerospacelab zijn bij de ontwikkeling betrokken.
De Europese Commissie sloot eind 2024 al een twaalfjarige concessieovereenkomst met SpaceRISE. De technische en financiële uitwerking daarvan is inmiddels verder afgerond.
Belangrijk voor Europa
De uitbreiding van het netwerk vraagt om extra investeringen. Verschillende Europese landen hebben inmiddels aanvullende bijdragen toegezegd. Polen draagt 656 miljoen euro bij, Hongarije 500 miljoen euro en Spanje heeft een investering van 1,6 tot 2 miljard euro aangekondigd.
Voor consumenten verandert er voorlopig weinig. De eerste satellieten worden pas vanaf 2029 gelanceerd en IRIS² is niet bedoeld als directe vervanger van glasvezel, kabel of mobiele netwerken.
Toch is het project ook voor consumenten relevant. Nu digitale communicatie steeds belangrijker wordt, groeit ook de behoefte aan verbindingen die beschikbaar blijven wanneer reguliere netwerken uitvallen. IRIS² moet Europa daarbij een eigen en veilige satellietinfrastructuur geven.