Vanaf vrijdag 31 juli 2026 geldt in de hele Europese Unie de Right to Repair Act. De nieuwe regels moeten het makkelijker maken om elektronische apparaten te laten repareren en zo de groeiende hoeveelheid elektronisch afval terugdringen. Toch blijkt uit onderzoek dat meer dan de helft van de Nederlanders nog nooit van de wet heeft gehoord.
Repareren vaak overwogen, maar niet uitgevoerd
Hoewel veel Nederlanders duurzamere keuzes willen maken, blijkt reparatie van elektronica nog geen vanzelfsprekende stap. Uit onderzoek van refurbished-elektronicaplatform refurbed onder 1.000 Nederlanders blijkt dat 62 procent eerst onderzoekt of een kapot apparaat nog gerepareerd kan worden. Toch vervangt 32 procent regelmatig apparaten die nog functioneren.
De belangrijkste reden om toch voor een nieuw apparaat te kiezen, zijn de kosten en de moeite die reparatie met zich meebrengt. Van de ondervraagden noemt 42 procent de kosten als belangrijkste reden om niet tot reparatie over te gaan. Daarnaast vindt 18 procent het reparatieproces te ingewikkeld, weet 13 procent niet waar een apparaat gerepareerd kan worden en verwacht 12 procent dat een reparatie te lang duurt.
Volgens prof. dr. Ruth Mugge, hoogleraar Design for Sustainable Consumer Behaviour aan de TU Delft, ligt het probleem niet alleen bij de consument. “We vragen mensen vaak om duurzamere keuzes te maken, maar het systeem waarin zij die keuzes maken is daar nog helemaal niet op ingericht. Zolang een nieuw apparaat sneller, eenvoudiger en zekerder is dan een reparatie, blijft vervangen voor veel mensen de meest logische keuze.”
Grote zorgen over elektronisch afval
De behoefte aan duurzamere oplossingen is wel degelijk aanwezig. Uit het onderzoek blijkt dat 69 procent van de Nederlanders zich zorgen maakt over de groeiende hoeveelheid elektronisch afval. Tegelijkertijd laat 54 procent oude of ongebruikte elektronica thuis liggen zonder deze opnieuw te gebruiken of te laten verwerken.
Ruim een derde van de Nederlanders (36 procent) heeft inmiddels ervaring met refurbished elektronica. Door apparaten opnieuw te gebruiken of een tweede leven te geven, kan de levensduur worden verlengd en ontstaat minder vraag naar nieuwe productie.
Dat is belangrijk omdat een groot deel van de milieu-impact van elektronica al ontstaat voordat een apparaat de consument bereikt. De productie van een nieuwe smartphone zorgt bijvoorbeeld volgens eerder onderzoek van refurbed en onderzoeksinstituut Fraunhofer voor ongeveer 70 kilogram CO₂-equivalenten. Het langer gebruiken van bestaande apparaten kan daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de klimaatimpact van elektronica.
Right to Repair Act moet drempels verlagen
De Europese Right to Repair Act moet ervoor zorgen dat consumenten eenvoudiger toegang krijgen tot reparaties. Vanaf 31 juli 2026 gelden hiervoor strengere en meer uniforme regels binnen de Europese Unie.
De nieuwe wet verplicht fabrikanten onder meer om consumenten beter te informeren over reparatiemogelijkheden, reserveonderdelen langer beschikbaar te houden en onafhankelijke reparateurs toegang te geven tot onderdelen en technische informatie. Ook moeten fabrikanten voorkomen dat reparatie onnodig wordt beperkt door technische, softwarematige of contractuele blokkades.
Toch is de nieuwe wet bij veel Nederlanders nog onbekend. Uit het onderzoek blijkt dat 54 procent nog nooit van de Right to Repair Act heeft gehoord. Daarnaast weet 58 procent niet goed welke rechten consumenten hebben wanneer een elektronisch apparaat defect raakt.
Volgens Kilian Kaminski, medeoprichter van refurbed en vicevoorzitter van EUREFAS, is wetgeving alleen niet voldoende. “Een recht op reparatie heeft pas waarde als repareren ook betaalbaar en toegankelijk is. Zolang een reparatie bijna net zo duur is als een nieuw apparaat of veel meer moeite kost, blijft vervangen voor veel consumenten de logische keuze.”
Fabrikanten krijgen verantwoordelijkheid
Nederlanders vinden dat het terugdringen van elektronisch afval niet alleen een taak van consumenten is. 41 procent ziet dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van consumenten, fabrikanten en retailers. Wanneer mensen één partij moeten aanwijzen, wijzen zij het vaakst naar fabrikanten (39 procent).
De verwachting is dan ook dat fabrikanten een belangrijke rol spelen bij het succes van de nieuwe Europese regels. Apparaten die langer meegaan, eenvoudig te openen zijn en waarvan onderdelen beschikbaar blijven, kunnen consumenten helpen om daadwerkelijk voor reparatie te kiezen.
Kaminski benadrukt dat de bereidheid bij consumenten aanwezig is. “Het onderzoek toont aan dat consumenten hun verantwoordelijkheid willen nemen. Nu is het belangrijk dat fabrikanten dat ook doen. Producten die langer meegaan en eenvoudiger te repareren zijn, maken het veel makkelijker om daadwerkelijk voor een duurzame keuze te kiezen.”