Vanaf 29 mei 2026 wordt het energielabel voor woningen en gebouwen aangepast volgens nieuwe Europese regels. Voor het eerst wordt daarbij ook de aanwezigheid van een thuisbatterij meegenomen in de berekening van de energieprestatie. Maar niet alle thuisbatterijen tellen mee voor deze berekening, lees hieronder welke thuisbatterij wel en welke niet.
Vanaf 29 mei is er een aangepaste versie van het energielabel voor woningen en gebouwen volgens nieuwe Europese regels. Uit de implementatie van de Europese richtlijn EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) volgt dat daarbij ook een thuisbatterij wordt meegenomen. De wijziging betekent niet dat het energielabel op zichzelf volledig verandert, maar wel dat de rekenmethode achter het label wordt uitgebreid. Naast isolatie, installaties en duurzame opwekking zoals zonnepanelen, wordt voortaan ook energieopslag in de woning meegewogen.De wijziging betekent niet dat het energielabel op zichzelf volledig verandert, maar wel dat de rekenmethode achter het label wordt uitgebreid. Naast isolatie, installaties en duurzame opwekking zoals zonnepanelen, wordt voortaan ook energieopslag in de woning meegewogen. De afbeelding toont een voorbeeld van een nieuw energielabel.
Energieopslag wordt onderdeel van berekening
De aanpassing komt voort uit Europese afspraken om de energieprestatie van gebouwen beter en uniformer te meten. Lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 29 mei 2026 hebben verwerkt in nationale regelgeving. In Nederland wordt de energieprestatieberekening (NTA 8800) hiervoor aangepast. Daarin wordt een thuisbatterij gezien als een installatie die het gebruik van opgewekte energie kan optimaliseren. Door energie tijdelijk op te slaan, kan een huishouden meer zelf opgewekte zonne-energie gebruiken en minder afhankelijk zijn van het elektriciteitsnet.
Beperkte invloed op energielabel
De invloed van een thuisbatterij op het energielabel blijft in de praktijk beperkt. Anders dan isolatiemaatregelen of een warmtepomp, die direct het energieverbruik of de efficiëntie verbeteren, beïnvloedt een batterij vooral het moment waarop energie wordt gebruikt. Daardoor leidt een batterij doorgaans niet tot grote sprongen in het energielabel, maar kan deze in specifieke situaties wel bijdragen aan een iets gunstiger score, vooral in woningen met zonnepanelen.
Voorwaarden aan meerekenen batterij
Niet iedere batterij telt automatisch mee. Alleen vaste oftewel residentiële, gebouwgebonden systemen met voldoende capaciteit (minimaal 5 kilowattuur) worden meegenomen in de berekening. Losse of mobiele oplossingen vallen buiten de rekenmethode. En dat zijn dus de nu populaire plug-in batterijen oftewel stekkerbatterijen zoals de thuisaccu Zendure SolarFlow 2400 AC+ en de Marstek Venus E gen 3.0 thuisbatterij. De exacte technische voorwaarden worden vastgelegd in de aangepaste Nederlandse rekenregels voor energieprestaties van gebouwen.
Onderdeel van bredere Europese aanpak
De wijziging maakt deel uit van een bredere Europese strategie om gebouwen in 2050 klimaatneutraal te maken. De EPBD-richtlijn richt zich daarbij niet alleen op energieverbruik, maar ook op slim energiegebruik, lokale opwekking en opslag. Door deze integrale benadering moeten energielabels beter de werkelijke prestaties van een gebouw weerspiegelen, inclusief hoe efficiënt energie wordt gebruikt en opgeslagen.
Geen directe gevolgen voor bestaande labels
Bestaande energielabels blijven geldig tot de reguliere vervaldatum. Alleen nieuwe labels die vanaf 29 mei 2026 worden afgegeven, vallen onder de aangepaste rekenmethode. Huiseigenaren hoeven hun huidige label niet aan te passen, ook niet als zij een thuisbatterij installeren.