Gisteravond zaten mij vrouw en ik opeens bij een gerenommeerde Haarlemse advocaat aan de borreltafel. Ons hondje Jans was naar binnengelopen in het hem door zwager ter beschikking gestelde huisje. Van het een kwam het ander... Voor mij werd het gesprek pas interessant toen AI ter tafel kwam.
Ik kon het me namelijk niet voorstellen dat er in de advocatuur géén gebruik werd gemaakt van AI. Immers, met zulke torenhoge uurtarieven en veel standaard zaakjes is een gerechtelijk bochtje snel afgesneden. Toch?
Hij moest beamen dat AI beslist een dingetje was binnen zijn vakgebied. Maar hij stelde uit eigen ervaring wel: “Je moet de door AI verstrekte betogen wel heel goed controleren. Altijd!”
Nog niet al te lang geleden was een wat luie confrère volledig door het ijs gezakt met een door AI in elkaar gezet pleitstuk: “Dat klopte van geen kanten.” Kennelijk had AI het nodige bij elkaar gehallucineerd en daar ging de amice – eenmaal voor de rechter – er in met boter en suiker. Tja, eenmaal voor het hekje aanbeland, moet alles tot achter de komma in orde zijn. Zo niet dan twijfel, met alle voor de client nadelige gevolgen van dien.
Wat niet wegneemt dat hij AI gebruikt als sparringpartner. Alles wat hij schrijft gooit hij nog een keertje tegen AI aan, waarna hij de opmerkingen die dan loskomen nog eens extra tegen de bestaande wetboeken aanhoudt. Hij moest toegeven: “Dan pak ik niet zelden een steekje op dat ik onbewust had laten liggen.” Waarna de nuances in de rechtszaal ter sprake kwamen, want er speelt veel meer dan alleen geschreven en gesproken tekst. De rechtszaal is ook deels een theater waar ironie, humor en drama meespelen. Het grijze gebied dus, waar de jongens van 0 en 1 zich niet thuis voelen...