Onlangs op Tweakers: “Oud-programmeur Microsoft maakt nieuwe versie Kladblok in 2,5 KB.” Een collega was in alle staten: “Hoe is zoiets mogelijk?” Tja, dan wordt het tijd dat opa weer eens gaat vertellen over lang vervlogen tijden, over de ZX-81, over de VIC-20 en over de Commodore 64.
Wat nu 2,5 KB? Wat nu assembler? Je moest eens weten wat je allemaal met assembler in 2,5 KB kunt programmeren! En dat was destijds heel gebruikelijk en daar deden we ook nog eens niet moeilijk over.
Dat nieuwe Kladblok-ding, dat is echt niet helemaal (!) in die 2,5 KB geschreven. Welnee, die 2,5 KB is alles wat nodig is om een achterliggende bibliotheek aan te spreken: RICHEDIT50W. Waarna de boel nog eens extra werd gecomprimeerd door de tooling CRINKLER.
Dat doet trouwens niets af aan de prestatie, want destijds speelden wij ook al leentjebuur bij alles wat de microcomputer ons via het BIOS en de Basic-interpreter had te bieden. Geen truc werd gespaard om het zo klein als mogelijk te houden, want scheelde zomaar 1-2 minuten laden vanaf de cassetterecorder!
Intussen breek ik een lans voor alle pogingen om weer sober en compact te programmeren. Ja, de processor is snel genoeg en het geheugen kan niet op. Maar dat is toch geen reden om mateloos aan het werk te gaan?
In de praktijk wordt doorgaans 10 tot 15 procent van de mogelijkheden van de software daadwerkelijk gebruikt. Ik zeg met woorden die ongetwijfeld verwaaien: “Niemand die het merkt als je 75 procent aan nutteloosheid eruit sloopt. Wég met al die extra opties!”
